Requiem van het Vrije Woord

Ik heb lang gezwegen. Te lang, achteraf bekeken, omdat de angst voor weerwoord menig keer groter was dan de wil te spreken. Maar nu is het genoeg geweest. Vandaag schrijf ik u dan ook in niet mis te verstane bewoordingen. 

En avant la musique. Tot u spreekt het Vrije Woord.

Het gaat niet goed met me. Pas op, ik ben er nog, maar tanend, aftellend lig ik te hijgen aan de zuurstof machine, terwijl enige sondevoeding me traag binnensijpelt. En toch brul ik deze in zeven haasten bijeen gepende noodkreet aan alle mensen van Goeden Wil. Besef dat ge niet zonder mij kunt. Zonder mij zijt gij reddeloos verloren, gij tandeloze koorknaap.

Langs alle kanten word ik bestookt, geschrapt en ontkend. Kwets ik u? Het excuus loert al om de hoek. Lig ik gevoelig voor eender welke aandeelhouder of raad van bestuur? Knal! Streep door desbetreffende passage. Sta ik u niet aan? Noem mij fake news, en ik zal verdwijnen temidden de dagelijks woekerende waanzin.

Pas op, ik zal u missen. Wanneer de tijd me heeft ingehaald zal ik geruisloos de pijp uitgaan, gedragen door mijn laatste aanhangers. Zij zullen tot u spreken aan de koffietafel, waar dolle herinneringen en fijne anekdotes naadloos in elkaar overvloeien. De eerste dagen na mijn uitvaart zullen mogelijks wat vreemd, haast filmisch aanvoelen. 

Waarna de klap zal volgen, en dan pas, niet eerder, zult gij beseffen hoezeer ge me mist. Hoezeer ge mij nodig had, en hebt. 

Maar het zal te laat zijn.

Requiem.